Street Fighter is terug in de bioscoop en deze keer zonder Jean-Claude Van Damme in de hoofdrol. Of dat automatisch een verbetering is, valt nog te bezien. Regisseur Kitao Sakurai haalt alles uit de kast om de legendarische vechtgame van Capcom naar het witte doek te vertalen. Dat betekent kleurrijke personages, spectaculaire gevechten, absurde spiermassa’s en een scenario dat vooral dient om iedereen zo snel mogelijk op elkaars gezicht te laten slaan. Maar levert dat ook een goeie film op? Lees het in onze spoilervrije review van Street Fighter! HADOKEN!
Waarom Wel?
Subtiel? IK DENK HET NIET!
Er zijn weinig videogames die zo diep in het collectieve geheugen van gamers gegrift staan als Street Fighter II. Wie in de jaren negentig ooit een arcadehal binnenwandelde, herinnert zich ongetwijfeld de kleurrijke personages, de iconische geluidseffecten en die ene vervelende vriend die voortdurend dezelfde aanval bleef spammen. Meer dan dertig jaar later waagt Hollywood zich opnieuw aan een verfilming van Capcoms legendarische vechtfranchise. En deze keer lijkt men eindelijk begrepen te hebben dat niemand naar een Street Fighter-film gaat voor een diepzinnige uiteenzetting over de menselijke conditie. We willen Hadokens, vliegende trappen en gespierde kerels die elkaar zonder aanwijsbare reden door muren meppen. (en vooral ook voor de dijen van Chun-Li) Alles is groter, luider en kleurrijker dan nodig. En precies daarin schuilt de charme.
Trouw aan de game
Het verhaal brengt ons terug naar 1993, wanneer de voormalige vrienden en rivalen Ryu en Ken opnieuw in de vechtarena belandden. De mysterieuze Chun-Li overtuigt hen deel te nemen aan het World Warrior Tournament, waar achter de schermen een sinister complot broeit. Het is een vertrouwd uitgangspunt dat gelukkig voldoende ruimte laat voor waar het werkelijk om draait: een internationale verzameling knokkers die elkaar met bijzonder veel enthousiasme de tanden uit de mond proberen te slaan.
De film is opvallend trouw aan het bronmateriaal. Waar vroegere videogameverfilmingen zich soms schaamden voor hun oorsprong, omarmt deze versie juist de over-the-top identiteit van de games. De herkenbare kostuums, bizarre kapsels en kenmerkende aanvallen krijgen alle ruimte. Guile ziet eruit alsof zijn kapper een waterpas gebruikte, Zangief beschikt over voldoende spiermassa om een kleine gemeente van elektriciteit te voorzien en Dhalsim bewijst dat een normale armlengte vooral een persoonlijke keuze is.
Ook de casting verdient aandacht. Andrew Koji brengt de nodige fysieke geloofwaardigheid mee als Ryu, terwijl Noah Centineo als Ken een toegankelijker tegengewicht vormt. Callina Liang krijgt als Chun-Li een belangrijke plaats in het verhaal en is werkelijk fantastisch (én beeldschoon). Maar het zijn vooral de opvallende bijrollen die de film een heerlijk onvoorspelbaar karakter geven. Jason Momoa als Blanka? Dat klinkt als een castingbeslissing die genomen werd na drie Red Bulls en een weddenschap. Met WWE-sterren Roman Reigns als Akuma en Cody Rhodes als Guile is het maar de vraag of we naar Street Fighter kijken of naar WrestleMania, al ontbreken voorlopig nog de klapstoelen en scheidsrechters die toevallig niets zien.
Het is precies die bereidheid om volledig voor het absurde te gaan die deze filmversie interessant maakt.
Knokpartijen en nostalgie
Daarnaast zijn de gevechten één van de belangrijkste redenen om een bioscoopticket te kopen. De makers hebben zichtbaar aandacht besteed aan de individuele vechtstijlen van de personages. In plaats van iedereen dezelfde generieke Hollywood-combinaties te laten uitvoeren, krijgen de verschillende strijders hun herkenbare technieken. Dat zorgt voor actie die niet alleen spectaculair moet ogen, maar ook herkenbaar is voor iedereen die ooit zijn duim kapotdrukte op een controller.
En dan is er natuurlijk nog de nostalgie. Street Fighter speelt zich niet toevallig af in de jaren negentig. De film richt zich nadrukkelijk op een generatie die opgroeide met lunaparken, pixelachtige explosies en eindeloze discussies over welk personage nu eigenlijk het sterkste was. (zoals ondergetekende reviewer) Die herkenbaarheid vormt een belangrijk onderdeel van de aantrekkingskracht, zonder dat de film uitsluitend op nostalgie hoeft te teren.
Want uiteindelijk lijkt Street Fighter vooral te begrijpen wat voor entertainment het wil zijn. Geen prestigieuze karakterstudie, geen ingewikkeld superheldenuniversum en gelukkig ook geen drie uur durende introductie tot een geplande franchise. Gewoon een kleurrijk actiespektakel dat zijn eigen belachelijkheid omarmt.
Waarom Niet?
Wij willen gewoon actie zien!
Het grootste probleem is het scenario. Ryu en Ken worden herenigd, Chun-Li introduceert een gevaarlijk toernooi en ergens op de achtergrond trekt M. Bison aan de touwtjes. Het is een verhaal dat rechtstreeks uit een videogamehandleiding lijkt te komen. Op zich hoeft dat geen ramp te zijn, maar wanneer de personages ook emotionele conflicten en persoonlijke trauma’s moeten verwerken, wordt het plots een stuk moeilijker om alles geloofwaardig te houden.
Want hoeveel dramatische diepgang kun je verwachten van een film waarin een man zijn armen kan uitrekken, een andere elektriciteit produceert en een derde zijn haar laat modelleren alsof hij permanent ondersteboven in een windtunnel staat? Het antwoord is uiteraard: best veel, mits de makers voldoende aandacht besteden aan hun personages. Maar precies daar lijkt Street Fighter niet altijd in te slagen.
Te veel volk (voor een film)
Met zo’n uitgebreide cast dreigt bovendien het klassieke probleem van de ensemblefilm. Iedereen moet even in beeld komen, iedereen verdient zijn herkenbare aanval en uiteraard moet iedere fan minstens één keer kunnen wijzen en enthousiast roepen dat hij dat personage kent. Het resultaat kan al snel aanvoelen als een parade van verklede vechtersbazen in plaats van een samenhangend verhaal. Sommige personages krijgen onvermijdelijk minder ruimte, waardoor hun aanwezigheid eerder op een cameo lijkt dan op een betekenisvolle bijdrage. In tegenstelling tot de videogame waarin je ruim de tijd krijgt om elk personage te ontdekken.
Alleen voor de fans van de games?
En dan hebben we het nog niet over de nostalgie gehad. Die is heerlijk wanneer je jarenlang met Ryu, Ken en Chun-Li hebt gespeeld, maar kan ook een behoorlijk gesloten clubje creëren. De makers lijken soms zo enthousiast om iedere verwijzing, aanval en herkenbare pose in beeld te brengen dat de film het risico loopt meer op een interactieve checklist dan op een verhaal te lijken. Voor fans is dat fantastisch. Voor iemand die nog nooit van een Hadoken heeft gehoord, kan het aanvoelen alsof je midden in een familiefeest belandt waar iedereen voortdurend grappen maakt die jij niet begrijpt.
Trailer
Reviews op Pragalicious zijn onafhankelijk. Wij krijgen meestal een reviewcopy van uitgevers, ontwikkelaars of PR-kantoren. Als dat niet het geval is, kopen we de games zelf. De partij die ons een reviewcopy bezorgd, heeft op voorhand geen inzicht in onze reviews. Ze hebben geen invloed op de inhoud en ons oordeel.
Pragalicious wordt ondersteund door affiliate-opbrengsten. Als je op bepaalde links klikt via onze site, kunnen we daar aan verdienen. Zo help je ons deze website te onderhouden en te verbeteren.
Gezien in de bioscoop
Street Fighter lijkt daarmee vooral een film die uitblinkt in precies datgene waar hij tegelijkertijd onder lijdt: zijn totale overgave aan de videogame. De spierballen zijn indrukwekkend, de klappen komen hard aan en de nostalgie spat van het scherm. Alleen zou een beetje extra aandacht voor het verhaal geen kwaad kunnen. Een Hadouken kan nu eenmaal veel problemen oplossen, maar een zwak scenario behoort daar helaas niet toe.
Pluspunten
- Spectaculaire en kleurrijke gevechten
- Heerlijk absurde personages
- Veel nostalgie en fanservice
Minpunten
- Flinterdun en voorspelbaar verhaal
- Te veel personages
- Niet toegankelijk voor wie de game niet kent
Ontdek meer van Pragalicious
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



