De Vlaamse gamesector klokt in 2025 af op een recordomzet van 76,5 miljoen euro. Toch klinkt er geen onverdeeld enthousiasme bij gamefederatie Flega. De organisatie waarschuwt voor een naderend plafond, tenzij er extra investeringen komen. Stijgende kosten en een structureel kapitaaltekort houden veel studio’s tegen om internationaal door te breken.
Die waarschuwing komt er niet toevallig op de openingsdag van Gamescom in Keulen, waar zowel de Belgische als de Vlaamse gamefederatie hun jaarcijfers voorstellen. Naast de omzetgroei van 70 naar 76,5 miljoen euro nemen ook het aantal actieve bedrijven en voltijdse werknemers toe tegenover 2024. Vergeleken met de vele ontslagrondes elders in de wereldwijde gamesector, oogt dat op het eerste gezicht positief.
Toch relativeert Flega dat succesverhaal. Terwijl de tewerkstelling in 2024 nog met bijna 20 procent groeide, viel dat tempo in 2025 terug tot 7,9 procent. Ook de omzetgroei halveerde bijna, van 20 naar 9 procent. Bovendien blijft de gemiddelde productiviteit al drie jaar hangen rond 100.000 euro omzet per voltijdse werknemer. Dat wijst volgens Flega op een sector die tegen zijn eigen grenzen aanbotst.
Achter die stagnatie schuilt een tweeledig probleem. Studio’s die willen uitbreiden, vinden vaak niet genoeg kapitaal om grotere teams samen te stellen. Compactere studio’s missen dan weer de financiële buffer om risico’s te nemen met eigen intellectueel eigendom. Daardoor grijpen ze vaker naar opdrachtwerk voor derden, gewoon om de lopende kosten te dekken.
General manager Natascha Rommens van Flega ziet in Vlaanderen twee soorten studio’s ontstaan: bedrijven die gestaag uitbreiden om meerdere producties tegelijk te dragen, en studio’s die via eigen intellectueel eigendom net meer waarde per werknemer creëren. Beide groeimodellen verdienen volgens haar een eigen ondersteuningskader. Ze benadrukt dat Vlaanderen wel degelijk wereldklasse talent en sterke games aflevert, maar dat de sector zich telkens opnieuw moet heruitvinden. Niet het aantal starters is daarbij prioritair, wel het aantal robuuste, weerbare studio’s.
Om die weerbaarheid te vergroten, pleit Flega vooral voor meer privaat kapitaal. Overheidssteun blijft daarnaast onmisbaar, met de subsidies van het Vlaams Audiovisueel Fonds als belangrijk instrument, ondanks recente besparingen daarop. Het VAF helpt vooral in de opstart- en prototypefase, terwijl net de vervolgfinanciering vaak een knelpunt blijft. Ook de federale Tax Shelter-regeling voor videogames blijft een belangrijke hefboom, al zorgt administratieve onduidelijkheid daar nog geregeld voor vertraging. Structurele begeleiding naar financiële zelfstandigheid vormt volgens Flega uiteindelijk de sleutel tot succes.
De Vlaamse overheid lijkt die oproep alvast te horen. Minister van Media Cieltje Van Achter werkte een visienota uit met extra ondersteuning voor de sector en licht die woensdag toe op Gamescom. Met het plan Next Level Vlaanderen wil ze de komende jaren een versnelling hoger schakelen, zodat meer Vlaamse gamebedrijven kunnen uitgroeien tot internationale spelers en extra investeringen kunnen aantrekken.
Ontdek meer van Pragalicious
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



