Sony staat in het Verenigd Koninkrijk voor een grote groepsrechtszaak. De aanklacht draait rond mogelijke schendingen van de Britse concurrentiewetgeving door de PlayStation Store.
De claim heeft een waarde van ongeveer 2,7 miljard dollar. Volgens de aanklagers rekent Sony te hoge prijzen aan voor digitale games en extra content op het platform.
De klacht stelt dat Sony een bijna-monopolie heeft op digitale verkopen binnen het PlayStation-ecosysteem. Spelers kunnen games en uitbreidingen immers enkel rechtstreeks via de PlayStation Store kopen. Derde partijen mogen volgens de aanklacht geen digitale gamecodes verkopen. Winkels zoals Amazon of Walmart kunnen alleen PlayStation Store-tegoed aanbieden. Sony behoudt zo volledige controle over de verkoop van digitale games.
Daarnaast verwijst de zaak naar de standaardcommissie van dertig procent die Sony aanrekent aan uitgevers. Volgens de aanklagers zorgt dat voor hogere prijzen voor consumenten. Deze praktijken zouden al sinds augustus 2016 bestaan. Sony verdedigt zich door te stellen dat concurrenten gelijkaardige modellen gebruiken. Ook andere platformhouders hanteren vergelijkbare commissies op digitale verkopen.
Toch behandelen de aanklagers de situatie als een mogelijke overtreding van de concurrentieregels. De discussie kan nog complexer worden door recente berichten over A/B-tests en dynamische prijszetting op de PlayStation Store. Die prijsstrategieën zouden mogelijk ook onderzocht worden in het kader van de rechtszaak.
Ontdek meer van Pragalicious
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



