Vorig jaar mocht het gezegd worden: gamescom was de moeite, maar iets minder de moeite. Er verdwenen de voorbije jaren wat grote standhouders en er leken net wat minder bombastische bekendmakingen te volgen. Na een geslaagde Opening Night met heel wat lekkere nieuwigheden opent gamescom 2024 z’n deuren. Hoe groot mocht m’n mond dit jaar openvallen?
Gigantische monsters
Ik begon m’n kruistocht dit jaar doorheen de drie grootste hallen. Daar vind je het overgrote deel van de “wauw”-elementen van gamescom steeds terug. De grote standen van Triple A-developers die alles aankleden met om ter meeste cosplay, auto’s, geweren en schattige foto-opportuniteiten. Wie effectief langskomt om games te spelen wordt jaar na jaar getrakteerd op langere wachtrijen. Wie voldoende amusement haalt uit leuke foto’s en sfeerbeelden mag in z’n polletjes wrijven.
De eerste grote stand die de aandacht trekt is die van Assassin’s Creed: Shadows. De nieuwe AC kan op heel wat publieke interesse rekenen maar beperkt zich op gamescom tot een videopresentatie. De toonzaal waar deze doorgaat zit wel perfect in de sfeer. Wél naar hartenlust gamen kan je aan de stand van Bandai Namco. Naast een gigantische Goku kan je aan de slag met Dragon Ball: Sparking! Zero. Even ernaast is ook Little Nightmares 3 een aandachtstrekker met een luguber wezentje.

Overdosis content
Gamescom voelt voor mij persoonlijk altijd aan als een overdosis aan content. In de grote hallen word je dood geklopt met de topervaringen. Dune: Awakening heeft een zeer gezellig zandmonster staan. Ook Monster Hunter: Wilds laat de beestjes voor zich spreken. Tijdens mijn wandelingen zie ik meermaals de crew bordjes voor morgen klaarzetten. “3 hours waiting from this point”: vergeet je stoeltje niet en hydrateer genoeg.
Sid Meier’s Civilization VII heeft een imposante kleine geschiedenisles tentoongesteld. Ook de stand van Kingdom Come: Deliverance 2 duikt enorm geslaagd doorheen een stukje barbaarse historie. Naast al dat nieuws is er ook “helaas” wat plaats voor recyclage. Die troon van V Rising zag ik vorig jaar ook al. De tractor van Farming Simulator 2025 kan misschien nieuw zijn maar ik zou het niet weten. Traditie zullen we het maar noemen?

Beware the mobile traps
Een andere opvallende trend is dat mobiele games steeds vaker met enorm grootse standen afkomen. Het lijkt wel alsof ze je in het ootje proberen te nemen. Ze loeren je met de grootste glitter en glamour naar binnen, en dan krijg je plots een gsm in je handen geduwd. Mobile gaming blijft toch iets anders dan de gaming waarvoor je naar hier komt. Wees dus voorzichtig met de standen van Dark And Darker en Arena Breakout. Ze zien er supercool uit maar je krijgt een telefoon te verteren.
Één van de tofste ontdekkingen qua minder bekende titels was die van DeathSprint 66. Deze game lijkt een zeer leuke, bloederige race-parkour hybride te brengen. Ik zou graag eens willen berekenen hoeveel tijd je nodig zou hebben om elke demo op gamescom te spelen. Zou je klaar raken vooraleer de volgende editie er is? Ik twijfel.
Hattrick hero
Een demo die ik sowieso even wou meepakken was die van EA SPORTS FC 25. Als trouwe FIFA-fanaat was ik zeer benieuwd hoe de nieuwe 4v4 Rush game mode zou spelen. De hybride van Volta en gewone FIFA was tot m’n verbazing zeer fijn. Samen met zeven andere spelers en enkele tientallen toeschouwers gingen we een potje shotten. Geloof me, het mag allemaal vriendschappelijk zijn, maar je wil niet afgaan met zo’n massa pottenkijkers.
Het zweet brak me dus ook even uit toen ik de eerste grote kans kreeg. Één op één met de keeper raakte ik de paal. Ken je dat moment als gamer waarop je denkt “Oké, tijd voor focus en m’n A-game te brengen”? Dat had ik toen. Enkele fases later trapte ik overtuigend de 1-0 binnen.
De partij ging gelijk op, al kreeg een tegenstander lelijk op z’n donder toen hij als laatste man wou dribbelen en de bal verloor. Mij niet gelaten: ik legde breed voor m’n maats en we stonden weer 2-1 voor. High fives met onbekende Duitsers. Mijn doelpuntenhonger was verre van gestild. Bij affluiten stond er 6-3 op het scorebord met een hattrick plus een assist van mezelf. En dan komen ze me zeggen dat ze geen kleine “Man of the match”-trofeetjes hebben of dergelijke? Awoert.

Rocket zero
Steeds vaker zie je dat gamescom ook een uitstalraam wordt van reeksen die al een tijdje geleden zijn verschenen maar relevant blijven. Zo is PlayerUnknown’s Battlegrounds nog steeds razend populair met een eigen schietstand en cosplay-wedstrijd. Mijn meest aparte ervaring kwam er toen ik voorbij een E-sports presentatie van Rocket League wandelde en ik geroep hoorde. “We are one player short!”
Als trouwe Rocket League-speler besloot ik op een fractie van een seconde me kandidaat te stellen. Voor ik het goed en wel wist zat ik in het blauwe team en stond m’n tronie op een groot scherm. De extra uitdaging in dit partijtje? Als je auto ontplofte, moest je twee keer pompen vooraleer je verder mocht spelen. En wie zij er als eerste “Boom!”? Juist ja, ik dus.
Twee pompen later zat ik weer paraat maar het mocht niet baten: één ultrasterke speler bij de tegenstand speelde ons aan gort. Zes doelpunten van hem later stond het 2-8. Een duidelijke nederlaag, maar een anders hilarisch toffe ervaring. Mijn glimlach was zelfs niet groen toen ik team oranje een “good game” ging wensen. Mijn gloriemoment had ik eerder al gehad bij EA FC 25.

Minder retro, meer indie
Na enkele duchtige demo’s en leuke wauw-momenten was m’n middagmaal een verse Vietnamese loempia. Vorig jaar was ik zelf in Vietnam en dus was ik klaar om te zeggen “Dat smaakt toch een pak minder als ginds” maar het hoefde niet. Geslaagde Aziatische voeding heb je hier dus ook. Mijn tocht zette zich verder naar de retro- en indie hallen.
Elk jaar lijkt de retroruimte op gamescom wat in te krimpen. Ik herinner me de jaren nog dat er een volledige hal werd afgezet voor alle oude bakken en iconische titels. Vorig jaar hadden we nog een halve hal, dit jaar blijft alles beperkt tot één vierde. Het blijft een glimlach op m’n gezicht toveren om die oude kabels en zware televisiebakken te zien. Zijn we niet allemaal terug tien of twintig jaar jonger als we dat aanschouwen? Lang leve retro, maar precies niet meer zo heel lang op gamescom. Hopelijk verdwijnt het nooit volledig. Remember where you came from.
Wat dan weer aan een heuse opmars bezig is op gamescom is indie gaming. Ontelbare kleine studio’s hebben zich rijen dik verzameld met hun dierbare schatjes van spelletjes. Vaak zie je dat deze devs op gamescom staan met één scherm, één console en één persoon die dolenthousiast alles uitlegt aan toevallige passanten. Op dezelfde ruimte die Assassin’s Creed inneemt in de hoofdzaal vind je in de indiezaal gerust 40 verschillende games terug. Vaak met dubbel zoveel passie gemaakt en gebracht, denk ik dan.

Respect the Red Rocket
Er is ook heel wat aandacht voor cosplay deze editie. Er is (zoals FACTS dat veel grootschaliger doet) een cosplay-podium en enkele cosplay events. Ik passeer er eentje dat aan de gang is in het thema van één van de meest onderschatte shooters ooit: Hunt: Showdown. Ook is er redelijk wat cosplay die focust op het nabouwen van iconische settings. Het Red Rocket-tankstation van Fallout inclusief volledig nagemaakt power armour moet je gezien hebben. (Op z’n minst op foto.)
De merch-hallen probeer ik vaak door te komen als een paard met oogkleppen op. Laat me niet te lang staren of ik moet op het einde van de maand weer oud brood eten. In de internationale businesshal vind je alle kleinere developers per land terug. In de gebuurten van Italië, Nederland en Spanje pronkt daar met trots ons Belgenlandje. Met meer dan tien verschillende games wappert de Belgische vlag met trots in Duitsland.

Twijfel voor de Troopers, verbazing voor Splitgate
Een lange, in-depth gameplay sessie met Starship Troopers: Extermination laat me achter met een zeer gemengd gevoel. Ik wil deze game enorm graag goed vinden, maar vrees voor een half gebakken Helldivers 2. In m’n preview lees je waarom ik deze nog steeds graag wil spelen, maar na vandaag met wat meer schrik er naar toe leef.
Gamescom zou gamescom niet zijn zonder enkele zalige foto-opportuniteiten. Deze lijken ook in veelvoud gegroeid te zijn dit jaar. Bij aanvang ging ik niet op elke schattige kans in, maar op het einde waande ik me toch even Indiana RoMa, ging ik op in de wereld van Elder Scrolls en poseerde ik met één van m’n grootste gaming helden: The Doom Slayer. (M’n tweede grootste om exact te zijn, na Isaac Clarke.)
Onderweg schrok ik me ook nog te pletter met de stand van Splitgate 2. Niet enkel omdat deze enorm imposant, goed uitgewerkt en gevarieerd was maar vooral omdat deze reeks warempel nog bestaat. De eerste Splitgate was verre van een geslaagd product maar blijkbaar is er nog genoeg geloof in de reeks. Deze booth gaat de hype alvast goed verder duwen.

Geen stappenteller
Vandaag was één van die dagen waarop ik het mezelf beklaagde dat ik geen stappenteller heb. Ik had graag vermeld wat m’n aantal vandaag was. Het zal in ieder geval serieus geweest zijn. Één dag gamescom is bijlange niet voldoende om alles écht te zien, zelfs al zet je er een rotvaart achter. Toch was het een geslaagde dag vol adrenaline en constante prikkelingen. Gamescom staat nog niet terug bij de gloriedagen van weleer, maar zet na vorig jaar zeer duidelijk weer een stap hogerop. Auf wiedersehen!
Ontdek meer van Pragalicious
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



