De leukste ‘kleinere’ titel die ik op gamescom kon spelen was wellicht DeathSprint 66. Deze game brengt een hybride van racen, parkour en bloederige actie.
DeathSprint 66 lijkt een unieke formule te hebben gevonden. In het gaming landschap van vandaag iets brengen dat ik nog nergens elders heb gezien, da’s toch vrij straf. In deze cyberpunk-achtige toekomst neem je deel aan een dodelijke voetrace.
Zij die zeggen dat de dodentocht al een hele prestatie is hebben nog niet in dit universum geleefd. De start van DeathSprint is nog best sportief. Je loopt zo snel je kan doorheen een parcours met powerups en ander ongein. Enkele rondes verder begint het pas écht: cirkelzagen, dodelijke lazers, valkuilen en robots die op je vuren: plots is het een strijd op leven en dood.
Om deze races te winnen (en ook simpelweg te overleven) in DeathSprint 66 zal je moeten springen, duiken, leunen, overkop gaan en tactisch slimme keuzes moeten nemen. Het voelt een beetje aan als “The Running Man” in racevorm. Je kan enorm goor aan je einde komen en het heeft allemaal tegelijk ook ergens een luchtige sfeer. Dat laatste kan aan mij liggen, maar ik moest in ieder geval steeds lachen wanneer ik tot een hoopje pulp werd gelaserd.
De valkuilen voor deze titel zijn voorlopig iets te houterige gameplay en de frustratiemeter. Ik durf niet te zeggen of die laatste écht een probleem zal vormen, maar de mogelijkheid bestaat wel. In ieder geval is DeathSprint 66 een titel die ik vanaf heden in de gaten zal houden, want deze kan wel eens zeer uniek worden.
Ontdek meer van Pragalicious
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.


